





|
Hoe het begon |
|
In 1885 benoemde de Katholieke kerk Pater Saunière tot pastoor van de plattelands-gemeente Rennes-le-Château. (298 inwoners) Saunière begon direct na zijn aanstelling met de restauratie van de vervallen parochiekerk. Deze kerk dateerde uit de 6e eeuw en was een bouwval die niet meer gebruikt kon worden om diensten in te geven. Berenger Saunière had in die tijd een inkomen van 75 francs per maand. Dat is omgerekend ongeveer 12 euro. Het kerkje stond vanaf het jaar 1059 in het teken van Maria Magdalena. Een van zijn eerste activiteiten was dus het in gang zetten van de restauratie van de kerk. Het verhaal gaat de ronde dat tijdens de verbouwing in 1891 iets vreemds werd ontdekt. De altaarsteen die op twee oude Visigotische pilaren rustte werd verwijderd. Een van die pilaren bleek hol te zijn en daarin werd een houten cilinder gevonden. De cilinder was verzegeld met was. In de cilinder zat een 5-tal documenten. Later werd de holle pilaar door Saunière buiten de kerk op een prominente plaats neergezet. Twee perkamenten zouden stambomen bevatten, één uit 1244 met het zegel van Blanche de Castille en één uit 1608, samengesteld door François –Pierre d’Hautpoul. Op het derde perkament zou het testament van Henri d’Hautpoul uit 1695 staan. De laatste twee perkamenten zijn documenten met Latijnse Bijbelteksten. Sommige bronnen vermelden dat er slechts vier perkamenten gevonden zouden zijn. Het verschil wordt verklaard door het feit dat de laatstgenoemde twee documenten oorspronkelijk op één perkament geschreven waren: één document op de voorkant en één op de achterkant. De ontwerper van deze documenten was, naar men zegt, Antoine Bigou, die ze in 1780 had vervaardigd. Bigou was destijds pastoor van Rennes-le-Château en bovendien de persoonlijke kapelaan van de adellijke familie Blanchefort, die op het kasteel woonde. Bij het uitbreken van de Franse Revolutie in 1789 verstopte Bigou de perkamenten in de kerk en vluchtte naar Spanje. De houten pilaar waar de documenten in verborgen waren is nog steeds te zien in het kerkje van Rennes-le-Château. De uitsparing is groot genoeg om een klein flesje te verbergen. Saunière was in eerste instantie niet in staat om de cryptische beschrijvingen en codes te breken. Hij realiseerde zich wel dat het ging om belangwekkende documenten en gaf opdracht om de hele kerkvloer open te breken, kennelijk op zoek naar meer informatie. Hierna richtte Saunière zich op het kerkhof buiten de kerk. Hier vond hij de zerk op het graf van ene Marie de Negre d’Ables, Gravin van Blanchefort die was gestorven op 17 januari 1781. Deze Marie was getrouwd met Markies de Blanchefort, Pierre d’Hautpol, in 1752. Het geslacht de Blancheforts waren afstammelingen Visigothische koning Atulph. Marie de Blanchefort had een graf op het kerkhof en vreemd genoeg bleek zij ook bijgezet te zijn in de graftombe en het familiegraf onder de kerk. De grafzerk buiten op het kerkhof had dezelfde geheime code als dat hij in het perkamenten document had gezien. Op de grafsteen stond onder andere: “ET IN ARCADIA EGO” Marie de Negre d’ Ables ( Marie de Blanchefort) stierf zonder kinderen. Van haar leven is niet veel bekend. Wel is duidelijk geworden dat zij een geheim met zich droeg. Dit geheim heeft zij voor haar ‘opgebiecht’ aan pater Bigou, de voorganger van Pater Saunière. Van die biecht is geen bewijs terug te vinden. Wel is op te merken dat kort na de dood van Marie de Blanchefort, pater Bigou in beeld komt in het mysterie. Hij was degene die in allerhaast, een dag voor zijn vlucht naar Spanje de deksteen en zerk op het buitengraf van Marie de Blanchefort liet plaatsen. Er zijn toch wel aanwijzingen dat Marie de Blanchefort iets had ‘door te geven’. De inscriptie op de grafzerk van Marie de Blanchefort alias Marie de Negre d’ Ables is zeer opmerkelijk. Klik hier voor meer informatie. De teksten op de grafzerk werden door Berenger Saunière tijdens zijn nachtelijke graafwerkzaamheden op het kerkhof weggehakt. Wat hij niet wist was dat de teksten allang gekopieerd waren door een lokale amateur geschiedkundige. |
|
De grootvader van haar echtgenoot, Pierre d’Hautpol, liet een testament na met oude documenten over de familiestamboom. Van Marie is bekend dat zij met name de laatste jaren van haar leven deze documenten heeft proberen terug te krijgen. Dit lukte haar overigens enkele maanden voor haar dood. Zouden dit de documenten zijn die Saunière vond in zijn kerkje ? De rol van pater Bigou blijft uiteindelijk behoorlijk vaag. Dat hij met het mysterie te maken heeft staat als een paal boven water. Wat te denken van de twee grafstenen die hij op het graf van Marie de Blanchefort liet zetten. Ook de documenten in de holle pilaar waren vrijwel zeker door hem daar verstopt. Het testament van de familie d’Hautpol is verdwenen. Het hardnekkige gerucht gaat dat het testament is geclassificeerd als Frans Staatsgeheim. Saunière ontcijferde maanden later met behulp van enkele gespecialiseerde priesters uit Parijs de cryptische beschrijving en code in het document en op de grafsteen. Tijdens zijn verblijf in Parijs, dat enkele weken duurde, bezocht Saunière meerdere keren het Louvre. Hier bestudeerde hij de schilderijen van Poussin en Tenniers. De reden waarom hij juist belangstelling had voor deze schilders komt later aan de orde. ( zie ook hier) In het bijzonder was zijn aandacht gevestigd op het doek van Poussin, Les Bergers d'Arcadie oftewel de herders van Arcadia. Dit kunstwerk beeld een groep van 3 herders en een vrouw uit die rond een tombe staan. Een herder wijst op naar een tekst op deze tombe. Er staat: " Et in Arcadia Ego.... Het bijzondere aan dit schilderij was onder andere dat deze tombe niet een verzinsel was van de schilder maar dat deze tombe daadwerkelijk bestond nabij Rennes-le-Château. Met zijn ontdekking ging Saunière naar de Bisschop. Na zijn bezoek aan de Bisschop van Carcassonne, Felis Arsene Billard, veranderde er veel in de kleine parochie van Saunière. De inscriptie op de grafsteen van Marie de Negra d'Ables ( Blanchefort) werd door Saunière weggehakt. De reden waarom Saunière de inscriptie van de grafsteen verwijderde is niet bekend. Kennelijk wilde hij geen enkel bewijs achterlaten wat zou kunnen duiden op een relatie tussen de geheime codes in de door hem gevonden documenten en Marie de Negra d'Ables. Wat hij echter niet wist was dat iemand de inscriptie had overgetrokken op een groot blad papier. Speculaties over Saunière had gevonden gingen de ronde. · Een opgegraven schat uit een van de tombes onder de kerk. · De ontdekking van de schat van de Katharen van Montsegur · Documenten over de begraafplaats van Christus · Documenten of religieuze teksten die de legitimiteit van de kerk ondermijnden · Bewijs dat Jezus Christus getrouwd was met Maria Magdalena en dat de nakomelingen daarvan nog steeds bestonden. · Saunière roofde oude graven leeg · Saunière vond de schat van Salomon, inclusief de Ark des Verbonds · Saunière vond de schat van de Tempeliers. Saunière ontving ineens maar liefst 200.000 gouden francs om zijn kerkje te renoveren en om andere gebouwen neer te zetten. Van dit geld bouwde hij onder andere de Toren van Magdalena. De kerk, de toren en grote delen van het dorpje Rennes-le-Château werden met geld van Saunière opgeknapt en voorzien dure kunstvoorwerpen uit o.a. China. (erg ongebruikelijk in die tijd). Voor de ingang van het kerkje plaatste Saunière de Visigotische holle pilaar. Deze pilaar stond oorspronkelijk onder het altaar in het nog niet gerestaureerde kerkje. Het kruis op de pilaar was het zogenaamde kruis van de zwijgzaamheid. (le croix de silence) Wat veel mensen bezighield was dat Saunière de pilaar ondersteboven had geplaatst. In de pilaar had hij laten graveren : "Mission 1891". Dit was de datum waarop de restauratie van de kerk was afgerond. Wilde Saunière misschien iets anders aanduiden ? 1891 of 1681 ? Wat was er in 1681 dat zo belangrijk was ? Ik heb nog geen verklaring kunnen vinden. |


|
Tijdens de verbouwing kwam kort na de ontdekking van de perkamenten een tweede ontdekking. Deze werden gevonden nadat Saunière opdracht had gegeven de hele vloer uit de kerk te slopen. Aan de onderzijde van de vloer onder het altaar werden twee graveringen gevonden. Een bijzonder vreemde plaats ( aan de onderzijde van een vloer) om graveringen aan te brengen.! De graveringen waren in slechte staat. Zie afbeeldingen boven. De afbeeldingen waren moeilijk te zien. Op het linker paneel was een man te zien met een getrokken zwaard die een paard aan het besteigen was. Het rechter paneel toont een man met een getrokken zwaard op een paard met in zijn andere hand iets wat heel goed een kind zou kunnen zijn. In de ruimte onder het altaar werden diversen skeletten gevonden en gouden munten. In het dagboek van Saunière schreef hij op 21 september 1891: "Opgegraven een graf. Het is een tombe. Het is onmogelijk met zekerheid te zeggen van wie het was. De meest voor de hand liggende kandidaat is Marie de Blanchefort." Saunière bouwde met zijn ongekende fortuin Villa Bethania dat bedoeld was als woonhuis maar nooit door hem werd gebruikt.. Ook bouwde hij een toren, de Tour Magdala dat dienst deed als bibliotheek. Het kerkje werd geheel gerenoveerd en voorzien van enkele vreemde versieringen. Bijzonder opvallend was het beeld van Asmodeus. Een demoon dat symbool staat voor verborgen schatten en geheimen. Andere vreemde afbeeldingen zijn te vinden in de zogenaamde Kruisgang. Op een schilderij van de kruisgang is een klein kind te zien in een Schotse kilt ! Hier lijkt een verwijzing te bestaan naar de kapel van Rosslyn in Schotland. Een andere bijzonderheid is dat op een afbeelding te zien is dat Jezus Christus gedurende de avond/nacht in zijn graftombe wordt gelegd. Dit is niet het tijdstip dat de huidige Bijbel aangeeft. Kan het zijn dat Jezus op de afbeelding UIT zijn tombe wordt gehaald ? Tot slot de afbeelding waarop duidelijk te zien is dat Maagd Maria en Jozef beiden een kind in hun armen dragen. Twee kinderen ? Met toestemming van de gemeenteraad bouwde Saunière in 1891 een zogenaamde Grotto de Calvaire. Boven de ingang van de "grot" stond "Christus A.O.M.P.S Defendit". Saunière heeft nooit duidelijk aangegeven waar de afkorting voor stond. De theorieën over de afkorting zijn: CHRISTUS ANTIQUUS ORDO MYSTICUSQUE PRIORATUS SIONUS DEFENDIT ( Christus verdedigd de oude mystieke orde van de Priorij van Sion.) CHRISTUS AB OMNI MALO POPULUM SUAM DEFENDIT (Dat Christus al zijn mensen beschermd tegen het kwaad ) Saunière heeft altijd zeer koppig zijn mond gehouden over waar hij de grote sommen geld vandaan kreeg. Ook aan de leiders van de Katholieke kerk heeft hij hier nooit enige mededeling over gedaan. Eén geldschieter is wel bekend geworden. Graaf Johan van Habsburg, neef van keizer Franz Josef van Oostenrijk. Wel is aangetoond dat Saunière missen verkocht. Dit is in de RK-kerk "not-done". Het is echter volstrekte flauwekul om te beweren dat Saunière zijn vermogen bij elkaar kreeg door uitsluitend het verkopen van deze missen. Berekend is dat Saunière maximaal 5% van zijn vermogen door de verkoop van missen bij elkaar heeft kunnen verkrijgen. |

|
Rennes le Château |
|
“Het is hier verschrikkelijk” |
|
Wat Saunière had gevonden in de verborgen ruimte van zijn kerkje is nooit echt bekend geworden. Kennelijk en zelfs waarschijnlijk had hij een oud Tempeliergeheim gevonden waarmee hij jaren lang de kerk heeft weten te chanteren. Het geheim kwam er kort gezegd op neer dat Maria Magdalena in Zuid Frankrijk na de dood van Jezus Christus een kind ter wereld heeft gebracht de dat daaruit het geslacht van Merovingen ontstond. Dit geslacht zou nog altijd zou voortleven in diverse Europese vorstengeslachten, Otto van Habsburg als stamhouder voorop. De bekende zoektochten van de Tempeliers naar de San Gral ( Heilige Graal) waren dus eigenlijk zoektochten naar Sang Royal, oftewel het Koninklijk bloed. Berenger Saunière was in deze tijd een omstreden figuur. Hij werd door het Vaticaan beschuldigd van diverse strafbare feiten (kerkelijk feiten) E.e.a. eindigde in de ontzetting uit zijn ambt. Het priesterschap werd hem in 1911 afgenomen. Vreemd genoeg kreeg hij dit enige tijd later weer terug en kon doorgaan met zijn dure en extravagante verbouwingen. Aan het einde van zijn leven werden de ideeën van pastoor Saunière door de kerkelijke leiders steeds meer uitgelegd als blasfemisch. Op het landgoed van Saunière ontving hij gasten zoals Johann von Habsburg en de zeer bekende sopraan Emma Calve. Met Emma kreeg hij zelfs een verhouding. Saunière stierf in 1917 en vertrouwde zijn geheim over de herkomst van het fortuin alsmede het fortuin zelf toe aan zijn huishoudster Marie Denarnaud. Zij moest beloven het geheim pas bekend te maken op haar sterfbed. Het bleek overigens dat de priester Saunière aan de verbouwingen in Rennes-le-Château gedurende zijn aanwezigheid maar liefst (omgerekend) 5 miljoen Euro had uitgegeven zonder dat enige officiële vorm van inkomsten tegenover stond. Voor die tijd een gigantisch vermogen. Vanaf 1897 vonden er een aantal vreemde gebeurtenissen plaats in de nabijheid van Saunière . Zo werd Pater Gelis vermoord gevonden in zijn kerk. De priester Gelis, een vriend van Saunière bleek ook de beschikking te hebben over erg veel geld. De herkomst is nooit vastgesteld maar het is aan te nemen dat het geld van Saunière afkomstig was. In 1902 werd de vertrouwenspersoon van Saunière , Pater Billard vermoord. In 1956 werden er tijdens opgravingen in de tuin van de kerkgebouwen in Rennes-le-Château de lichamen opgegraven van 3 onbekende mannen. Zij waren allen tussen de 30 en 40 jaar oud. Sectie wees uit dat zij rond 1900 om het leven moeten zijn gebracht. Wat er in de nabijheid van de kerk en Saunière was gebeurt blijft een raadsel. Het is mogelijk dat Saunière een aanval heeft weten af te slaan van dezelfde moordenaars die zijn vrienden Gelis en Billard hadden vermoord. Het is interessant te vermelden dat kort na de tweede wereldoorlog de Franse regering een nieuwe Franc invoerde. Personen die in het bezit waren van grote hoeveelheden oude Francs moesten dit aan de overheid verklaren. Dit om te voorkomen dat oorlogsgeld (bloedgeld) gebruikt kon worden in de hernieuwde economie. Marie Denarnaud werd gezien in haar tuin waar zij grote stapels oud geld aan het verbranden was. Kennelijk was dit voor haar een betere optie dan aan de overheid uit te leggen hoe zij aan het geld was gekomen !. Evenals zijn leven, was de dood van Saunière een mysterie. Het enige wat men weet is dat hij enkele uren voor zijn dood bezoek van een vreemdeling had gehad. |
|
Doordat het geheim niet werd onthuld, ontstonden er vele speculaties over de herkomst van het geld. Eén van deze speculaties was dat Saunière kennis had van een enorm geheim waarmee hij de Katholieke kerk chanteerde. Een belangrijk aspect dat in deze richting wijst is dat tijdens de biecht vlak voor zijn dood, de "behandelend" priester dermate gechoqueerd was dat hij weigerde Saunière te bedienen en te zegenen. (zie hiervoor het boek van Steve Mizrach - The Mysteries of Rennes-le-Château and the Prieure du Sion)Voor hij stierf heeft Saunière het geheim van zijn rijkdom aan Marie doorgegeven. Tot aan het einde van de tweede wereldoorlog leefde zij als een rijke grootgrondbezitter. Velen hebben getracht bevriend te raken met Marie Denarnaud om op die wijze vooral het geheim van haar rijkdom te achterhalen. Het enige dat Marie ooit heeft losgelaten was een intrigerende opmerking: De bewoners van Rennes-le-Château lopen op puur goud. Het is genoeg om iedereen voor de komende 100 jaar het beste van het beste te geven en dan nog is er voldoende over" Vreemd genoeg lijkt collega priester Boudet de grootste geldschieter te zijn geweest. De boekhouding van Boudet is grotendeels bewaard gebleven ( gevonden op een vuilnisbelt in Axat) . Uit de boekhouding blijkt hetvolgende: · tussen 1885 en 1901 krijgt bisschop Billard (Carcassonne) een bedrag van 7.655.250 Franks van zijn ondergeschikte Boudet ! · tussen 1887 en 1901 krijgt Marie Denarnaud een bedrag van 3.679.431 Franks van Boudet. Bestemming is ‘restauratiewerkzaamheden aan de kerk’ · Saunière ontvangt nooit rechtstreeks geld van Boudet. Marie Denarnaud is tussenpersoon. · tussen 1894 en 1903 schenkt Boudet zonder omschrijving 837.260 Frank aan Marie Denarnaud · In 1901 schenkt Boudet een bedrag van 10.000 Frank aan Alfred Saunière. ( de broer van Berenger Saunière ) · In 1903 schenkt hij 30.000 Frank aan Alfred Saunière |
|
Marie Denarnaud |
|
Marie Denarnaud was op latere leeftijd bevriend met Noël Corbu die Saunière's vroegere landgoed van haar had gekocht. In ruil daarvoor beloofde Marie dat ze, zodra ze haar dood voelde naderen, "een geheim” zou vertellen dat hem rijk en machtig zou maken". Kort voor ze in 1953 stierf kreeg Marie een beroerte, verloor haar spraak en werd aan beide handen verlamd. Op haar sterfbed probeerde ze haar belofte aan Corbu te houden en hem het geheim te onthullen. Ze mompelde iets, maar Corbu beweerde dat hij het niet kon verstaan. Corbu zelf kwam later om bij een auto-ongeluk. Als hij Saunière's geheim al van Marie te horen had gekregen, ging dat met hem het graf in. De door Saunière gevonden documenten kwamen uiteindelijk door ver-erving in handen van de nicht van Berenger Saunière . Zij, Madame James of Montazels, kreeg ze in 1917 in haar bezit. Zij bewaarde de documenten tot 1965 en verkocht ze aan Kapitein Roland Stanmore en Sir Thomas Frazier. Zij bewaarde de documenten in een kluis in de Lloyds Bank Europe Limited te Londen. Slechts twee perkamenten documenten zijn sindsdien vrijgegeven. De inhoud van de twee andere blijft tot op de dag van vandaag een geheim. Rennes-le-Château groeide uit tot een bedevaartsoord. Jaarlijks wordt het zeventig koppen tellende dorp overspoeld door tienduizenden graalzoekers. De kans dat zij werkelijk iets zullen vinden is overigens klein. Het landgoed van de in 1917 overleden priester Saunière is 25 jaar lang tot op de vierkante centimeter afgegraven door de laatste Franse eigenaar, Henri Buthion. Deze man maakte zelfs gebruik van dynamiet om zijn speurtocht letterlijk en figuurlijk kracht bij te zetten. De zoektochten onder Rennes-le-Château werden zo intensief uitgevoerd dat er zelf op momenten gevaar bestond dat een deel van het dorpje zou wegzakken in de inmiddels ondertunnelde grond. In 1994 verkocht Buthion het terrein aan vier Nederlandse zakenmannen, die het domaine van Saunière naar eigen zeggen willen 'oppoetsen' tot toeristische attractie. Ze verwachten jaarlijks veertigduizend bezoekers, zo liet Bert Gerards, een van de investeerders, eind 2002 aan de Telegraaf weten. |