






|
Diversen |
|
Ik heb getracht om van de hele brij van informatie zoveel mogelijk e.e.a. in een logische groepering bij elkaar te zetten. Ik realiseer mij dat dat niet altijd even goed gelukt is. Er blijven ook nog een aantal zaken over die zeker van groot belang zijn om een beeld te kunnen vormen over de loop van de geschiedenis zoals het zich heeft afgespeeld. Op deze pagina komen een aantal van die items naar voren. Het is van alles wat ! 17e januari. Deze datum komt opvallend veel voor in het mysterie. Hieronder (voor zover mij bekend) de verschillende gebeurtenissen die op 17 januari hebben plaatsgevonden. 1) Marie de Negre d Ábles—de Blanchefort stierf op 17 januari 1781 in Rennes le Château op een leeftijd van 67 jaar. 2) 17 januari is de feestdag van St. Sulpice 3) Sigibert de IV arriveerde op 17 januari 681 in Rennes le Château nadat hij had moeten vluchten. Hij was de zoon van de illustere koning Dagobert II 4) Berenger Sauniere kreeg op 17 januari een hersenbloeding en stierf drie dagen later 5) 17 januari is de feestdag van de heilige St. Antonius 6) 17 januari 1967 is de uitgiftedatum van de Serpent Rouge 7) 17 januari 1893 kocht bisschop Billard de Notre Dame de Marceille in Limoux ( uit eigen middelen!) |


|
De tombe Wie/ wat lag er in deze tombe nabij Les Pontils ( nabij Rennes-le-Château) De tombe werd door de eigenaar, Mr. Roussett op 9 april 1988 vernietigd. Hij kon niet langer verdragen dat er bijna dagelijks in zijn ogen schatjagers op zijn terrein kwamen om de tombe te bezoeken. Sterker nog....een filmploeg was gedurende de ochtend filmopnames aan het maken van de tombe. Toen zijn aan het einde van de middag terugkwamen was de tombe vernietigd en de stenen verwijderd. Allen de fundamenten van de tombe liggen er nog. Hier zou ik graag meer informatie over ontvangen !! Wat is de connectie met bijvoorbeeld het schilderij van Poussin waar een tombe een zeer prominente plaats had gekregen ? Opvallend is het te noemen dat de tombe van Pontils precies op de nul-meridiaan van Parijs lag. |
|
De Linie van de Roos ( Subrosa of de Roseline) De nulmeridiaan is de meridiaan die door Greenwich Engeland loopt. Deze meridiaan is niet de koppelen aan dit mysterie. Vreemd. Dan blijkt dat de Fransen, eigenwijs als zij zijn, in het verleden hun eigen nulmeridiaan hadden. Deze liep zoals te verwachten dwars door Parijs. Als je deze meridiaan doortrekt naar het noorden dan raakt hij in Schotland het plaatsje Rosslyn. Ga je naar het zuiden dan snijdt deze meridiaan een groot aantal markante plaatsen. Peyrolles, het kasteel van Serres, de berg Cardou, het kasteel Montferrand, de kerk van Bugarach en het plaatsje Arques. Dit laatste stadje ligt op enkele kilometers van Rennes le Chateau.. Met dit in het achterhoofd duikt ineens de tekst op vanuit het Dossier Secret. Daarin is een passage opgenomen over de Tombe op het schilderij van Poussin. Er staat: “In werkelijkheid bevind de tombe zich niet in Arques maar is gesitueerd op de nulmeridiaan tussen Peyrolles en Serres.”. |
|
Simonie. Het zijn vooral de debunkers van dit mysterie die steeds blijven hameren op het feit dat Berenger Saunière zijn fortuin zou hebben vergaard door de verkoop van missen. Oftewel Simonie. Ik zal een rekensom proberen te maken aan de hand van de feiten. Saunière had tussen 1894 en 1917 voor ongeveer 12 miljoen euro uitgegeven. Zijn salaris was ongeveer 30 euro per maand. De uitgaven die Saunière heeft gedaan zijn allemaal terug te vinden in zijn nauwkeurig bijgehouden boekhouding. Deze boekhouding is overigens op het Internet eenvoudig terug te vinden. |
|
Tijdens zijn leven werd Saunière al beschuldigd van simonie (1909). Hij is hiervoor zelfs tijdelijk uit zijn priesterambt gezet. Berenger Saunière liet het er niet bij zitten en spande een proces aan tegen zijn meerderen. In dit geval was dat de bisschop Beausejour die zetelde in het nabije Carcassonne. De Bisschop beweerde dat Saunière bedelbrieven stuurde over de hele wereld om zijn missen te verkopen. Tijdens de rechtszaak overlegde hij zegge en schrijven slechts één advertentie uit het Katholieke blad La Veillee des Chaumieres. Op 5 november 1910 werd uitspraak gedaan in dit geschil. De uitspraak was een gigantische overwinning voor Saunière. Korte tijd later werd door het Vaticaan de uitspraak gevolgd en werd alle beschuldigingen van Saunière ingetrokken. Hij werd in zijn eer en ambt door het Vaticaan hersteld. Ondanks deze uitspraak van de rechter en het Vaticaan blijven de sceptici beweren dat door verkoop van de missen Saunière zijn fortuin bij elkaar verdiende. Al eeuwen lang, en nu nog steeds, is het volstrekt gebruikelijk dat priesters missen verkopen. Gelovigen kunnen een priester vragen om te bidden tijdens de mis voor bijvoorbeeld een overleden familielid of herstel van een ziekte. De kerk krijgt hiervoor van de aanvrager een kleine vergoeding. Hier is niet illegaals aan. Het gaat pas een probleem worden als de priester de opdracht en het bijbehorende geld accepteert maar het uiteindelijke bidden niet uitvoert. Dit was de concrete beschuldiging waar Saunière mee te maken had. In de tijd van Saunière waren de kosten voor een gelovige ongeveer 30 euro-cent per mis. De rekensom is dan vrij eenvoudig. 12 miljoen gedeeld door 30 cent is 40 miljoen missen. Hoe in hemelsnaam zou een priester in een klein, verafgelegen bergdorpje, 40 miljoen keer benaderd moeten worden parochianen en gelovigen van elders. 40 miljoen gedeeld door de 20 jaar dat Saunière pastoor was in Rennes le Château is nog altijd 2 miljoen missen per jaar, is 39.000 missen per week. Het is priesters niet toegestaan om per week meer dan 3 missen te verkopen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Saunière voor zijn eigen verdediging schreef: “Ik antwoord dat iemand krankzinnig moet zijn om dit idee te ondersteunen. Hoe heb ik dat moeten realiseren ? Hoe zou ik 150.000 franc ( gouden Franken) vanuit de missen met de bijbehorende verplichtingen hebben kunnen verdienen ? Ja, iemand moet gek zijn om dit te durven beweren” Kortom…..deze theorie kan zonder veel risico worden afgeschreven als flauwekul. |
|
Materiële schat gevonden ? Het is zondermeer duidelijk en onomstotelijk bewezen dat Saunière de beschikking had over onwaarschijnlijk veel geld. Het vinden van een fysieke schat is dan uiteraard het eerste waar je aan zou denken. Het is bekend en aangetoond dat Saunière daadwerkelijk een schat heeft gevonden. Misschien zelfs twee !! In 1891 bij aanvang van de verbouwingen in de kerk vond hij onder de Dalle des Chevalliers een kruik met gouden munten. Werklieden braken de kerkvloer open ter hoogte van het altaar. In de vloer troffen zij de Dalle des Chevailliers aan ( Riddersteen) Deze steen lag vreemd genoeg met de beeldzijde naar beneden. Op de steen stond een afbeelding van twee ridders te paard. |
|
Deze steen is nog steeds te bezichtigen in het museumpje van Rennes le Château. De werklieden zagen onder die steen, in een soort crypte, de kruik liggen en riepen Saunière. Saunière stuurde de werklieden weg. In de kruik zaten gouden munten. Dit verhaal werd bevestigd rond 1950 door twee van de werklieden die ter plaatse waren geweest. De tweede ‘schat’ betrof een kelk welke was ingelegd met edelstenen. De vindplaats van die kelk is niet bekend geworden. Ook de vondst van deze kelk werd bevestigd door de werklieden en uiteindelijk ook door anderen. De gouden munten werden door Saunière getoond aan zijn collega, priester Courtauly. Een Visigotische ketting en armband aan de nicht van Marie Denarnaud. ( zijn huishoudster) Een 13e eeuwse kelk aan zijn collega priester Grassaud. Deze kelk is nog steeds in het bezit van de familie Grassaud. Kennelijk staat deze familie nu nog steeds toe om de kelk te bekijken en te fotograferen. Uiteraard ben ik hard op zoek naar een foto hiervan. Hoewel het hier om een aantal waardevolle voorwerpen gaat, kunnen deze niet het enorme fortuin verantwoorden waarover Saunière heeft beschikt. Dat is de reden dat wij de mogelijkheid openhouden dat Berenger Saunière een andere schat heeft gevonden vanuit een andere bron en met een diepere dimensie en grotere waarde.
De Legendes In de regio Languedoc bestaat een legende dat Blanche de Castille moest vluchten uit Parijs in verband met de ‘herders-revolutie’ Zij vluchtte naar de Languedoc en vond onderkomen in Razes ( thans Rennes le Chateau) Het kasteel Blanchefort werd haar onderkomen. Dit kasteel was zeer waarschijnlijk al door de Visighoten gebouwd. Haar vermogen, in de vorm van goud en juwelen werd in het kasteel verstopt. Een variant van deze legende doet de ronde. Het was niet Blance de Castille, de moeder van Saint Louis, maar zijn dochter Blanche de France die haar intrek nam in kasteel Blanchefort. Aan deze legendes kleven wel problemen. In het jaar 1210 werd tijdens de kruistochten tegen de Albigenezen het kasteel door de Franse baronnen verwoest.
Een andere hardnekkige hypothese is die van de schat van de Tempeliers. Vanaf het jaar 1132 begonnen de Tempeliers zich nadrukkelijk te vestigingen in de Languedoc. Eerst in Mas Deu, daarna in Campagne sur Aude en ten slotte in Bezu.. De laatste twee van de genoemde bolwerken stonden op het land van ‘de heren van Rennes’. De forten werden door de Tempeliers bewoond tot aan de beruchte 13e oktober 1307. Door een intern conflict was jaren eerder een grote groep Tempeliers vanuit Spanje overgekomen en hun intrek genomen in Bezu. Hun eigen rijkdommen en mogelijk ook die van Majorca hadden zij met zich meegenomen. De familie Voisins was op dat moment de heersende familie in het hele gebied en zij hadden goede banden met de Tempeliers. Als er een schat was geweest dan hadden zij dit zeker geweten. In 1340 werd een ‘valsmuntersbende’ opgerold. De personen die werden gearresteerd waren allen hooggeplaatste personen uit de regio. De term valsmunters moet in dit geval wel extra worden toegelicht. De valsmunters brachten gouden munten in omloop die voldeden aan de specificaties van gewicht en goudgehalte. Het waren alleen niet de officieel in omloop zijnde munten. De valsmunters hadden dus kennelijk voldoende goud tot hun beschikking om de munten te vervaardigen. Tot de arrestanten behoorden ook leden van de Voisins-familie. Mogelijk dat deze valsmunterij ook de verklaring kan zijn van de vondst van een klomp goud van 20 kilo !! Deze klomp bestond uit half gesmolten ‘marabotins’ . Deze Arabische gouden munten waren juist die munten die ooit gebruikt werden door de Tempeliers van Roussillon en omstreken. |
|
De laatste hypothese is ook gelijk een heel interessante. De schat van de Tempel van Jeruzalem. (Salomon) Het verhaal begint in het jaar 70. Titus belegerde Jeruzalem en op 8 september viel de stad in zijn handen. Flavius Josephus was een Joodse tolk in dienst van Titus. Hij schreef over de Tempel van Salomon: “ een rijzende zon op een berg van sneeuw”. Hiermee doelde hij op het witte gebouw met daar bovenop een koepel. Deze koepel was bezet met miljarden vergulde naalden. Dit om te voorkomen dat vogels het dak zouden gebruiken en bevuilen. In de tempel bevonden zich veel schatten. Om er een paar te noemen…...de Offertafel en de 7-armige Menorah van puur goud..
Flavius Josephus schreef verder: “Titus beloofde de doodstraf om te zetten naar een gevangenisstraf van een man genaamd Jezus, zoon van Thebuthus ( niet Jezus Christus dus) in ruil voor een deel van de schat van Salomon. Jezus hield zich aan zijn belofte en overhandigde de gouden Menorah, de gouden offertafel, gouden kelken en verschillende gouden vazen van puur goud. Ook schatbewaarder Phineas overhandigde ons een groot aantal waardevolle voorwerpen. De hoeveelheid goud was zo enorm dat in Syrië de prijs van goud korte tijd later halveerde” Behalve dat dus kennelijk een groot deel van het goud werd omgesmolten in Syrië werd een zeer grote hoeveelheid voorwerpen overgebracht naar Rome.
Flavius had gelijk. Nu nog steeds kun je in Rome een afbeelding zien ( in steen gemaakt) van de intocht van de Romeinen in Rome na hun zegetocht in Jeruzalem. Voorop draagt een slaaf de 7-armige Menorah en 8 soldaten de gouden offertafel. Deze, en andere waardevolle voorwerpen en munten bleven 3 eeuwen in Rome. Op 24 augustus 410 werd Rome veroverd door Visigotische koning Alaric. De Visigothen waren Christenen maar dan wel van de Arianische stroming. Koning Alaric sommeerde zijn soldaten de Christelijke schatten terug te geven aan de Romeinse tempels. Een uitzondering maakte hij voor bepaalde met name genoemde voorwerpen. Het betrof alle voorwerpen, munten en goud dat door de eeuwen heen door de Romeinse keizers was geroofd. Deze werden persoonlijk bezit van Alaric. Na de verovering van Rome trokken de Visigothen naar Frankrijk waar zij zich vooral vestigde in de regio Toulouse. Ook de schat werd hier ondergebracht. De Visigothen beschrijven dat hun kapitaal was onder te verdelen in 2 partities. Te weten de Koninklijke schat en de Historische schat. De Koninklijke schat waren persoonlijke voorwerpen van de Koning en de opbrengsten uit zijn rijk. De Historische schat bestond uit voorwerpen die tijdens de veroveringen in Visigotische handen waren gekomen. Zelfs de koning had niet de macht of mogelijkheid om voorwerpen vanuit het historische deel over te hevelen naar het Koninklijke deel. Het zal duidelijk zijn dat de Heilige voorwerpen die uit Jeruzalem werden verkregen behoorden tot de Historische schat van de Visigothen. De Visigothen beschrijven vervolgens dat in het jaar 451 de Historische schat nog uitbreiding krijgt van een wel heel bijzonder voorwerp. Een tafel/altaar waarvan het blad bestond uit glasachtig groen materiaal dat leek op een enorme emerald. Het blad werd ondersteund door 60 gouden voeten/steunen die waren ingelegd met parels en diamanten. Het voorwerp werd Missorium genoemd en ook wel de Emerald-tafel. Het woog 500 pond. In het jaar 507 verpletterde koning Clovis de Visigothen in Toulouse. De nieuwe hoofdstad van de Visigothen werd Carcassonne. Koning Clovis achtervolgde de Visigothen. De reden……...schrijver Procopius zegt: “De Franken vielen Carcassonne aan omdat ze gehoord hadden dat deze stad de schatten van Alaric in zich herbergde. Onder deze rijkdom bevond zich een groot deel van de schat van Salomon die de Romeinen uit Jeruzalem hadden meegevoerd”
Het lijkt logisch dat op het moment dat Toulouse onder vuur kwam te liggen de Visigothen hun waardevolle voorwerpen hebben weggevoerd. Carcassonne lag erg voor de hand als nieuwe hoofdstad. Deze stad was in die tijd al een vrijwel onneembare vesting. Uiteindelijk werden de Visigothen in heel Zuid Frankrijk teruggedrongen. Zij hadden alleen Carcassonne en omgeving nog stevig in handen. In die regio was er naast Carcassonne nog een tweede bolwerk. Deze stad was net als Carcassonne zeer sterk gefortificeerd. Het was Rhedae…….nu bekend als Rennes le Chateau. Nu stellen wij ons de vraag wat er met de Historische schat van de Visigothen is gebeurd. Of hij werd overgeplaatst naar Spanje of hij werd ondergebracht in de minst kwetsbare plaats van de Visigothen. Dat was Rhedae. Rhedae was in die tijd niet veel kleiner dan Carcassonne en minstens zo sterk gefortificeerd. Als je er nu komt herken je daar in het geheel niets meer van terug !!. Er zijn aanwijzingen dat (een deel van) de schat naar Spanje is vervoerd. Toen de Arabieren Spanje veroverde in het jaar 711 vonden zij veel voorwerpen die tot de Koninklijke schat van de Visigothen behoorde. Er werden bijvoorbeeld 25 van de 33 kronen gevonden van Visigotische koningen. Ook werd de Emerald-tafel door de Arabieren gevonden. Zij waren hiervan zo onder de indruk dat zijn de stad waar ze het vonden hiernaar noemde. Almeria, stad van de Tafel. Het vreemde is echter wel dat de Arabieren hun overwinning altijd ruimschoots beschreven en hoed documenteerde. Ook het vinden van de schatten werd uitvoerig bijgehouden in verslagen en kronieken. In al die verslagen is er geen woord terug te vinden over voorwerpen die tot de Historische schat van de Visigothen behoorde. Het ging dus alleen om voorwerpen uit de Koninklijke schat. Ook toen in 725 Carcassonne in handen van de Arabieren viel werd er met geen woord gerept over de Historische schat. Het is dus zeer wel mogelijk dat de Historische schat toch was verplaatst naar Razes ( Rennes le Chateau) Deze vesting lag op 40 kilometer afstand aan de voet van de Pyreneeën. Waarom zou het dan niet mogelijk zijn geweest dat Berenger Saunière een schat van de Visigothen had gevonden ? In 1858 werden bij toeval de 8 ontbrekende Visigotische koningskronen gevonden bij een opgraving. In 1837 werd er een Visigotische schat gevonden in Petroasa ( Roemenie) en een paar jaar later in Guarrazar. Hoe dan ook, het spoort van de geplunderde schat van Salomon loopt dood ergens halverwege de 6e eeuw. |
|
De zoektocht naar de heilige Graal houdt historici en schatzoekers nu al eeuwen bezig. De meeste geloofde dat de Heilige Graal de beker was (of is) die door Jezus werd gebruikt tijdens het laatste avondmaal. Het woord graal komt van het Franse sangreal. Als je het woord splitst krijg je San Real oftewel Heilige Graal. Een andere belangrijke opvatting is dat het woord afkomt van sang real. Dan krijgt het een andere betekenis, namelijk............Koninklijk bloed ! Lijkt die ene letter belangrijk ? Een paar honderd jaar geleden werd je voor het opperen van de mogelijkheid van "Koninklijk bloed" direct op de brandstapel gegooid. De geheim van de Heilige Graal is zo lang beschermd omdat het handelt over de directe afstammelingen van Jezus. Deze informatie is terug te vinden in de oorspronkelijke Bijbel waarvan de "Dode zee rollen" een onderdeel zijn. De organisatie die zich de opdracht had gegeven het geheim te beschermen was de Priorij van Sion. Zij bestaan nog steeds, omgeven door geheimzinnigheid. De leiders van deze organisatie waren steeds machtige personen. Grand Masters van de Priorij van Sion. Van oorsprong werd de Heilige Graal afgebeeld als een kelk van goud. Vanaf 1300 na Christus doken er links en rechts Heilige Gralen op waarvan steeds werd beweerd dat het de enige echte was. Hieronder enkele afbeeldingen. |


|
Het gangbare verhaal echter over de Heilige Graal is een andere. De Graal is de kelk waarin Jozes van Arimathea het bloed van Christus opving na diens kruisiging. Verondersteld wordt dat de kelk door Jozef van Arimathea naar Glastonbury in Zuid Engeland is gebracht. Sindsdien is dit belangrijke voorwerp zoek. De legendes stapelen zich echter op. Er zijn varianten waarin Maria Magdalena of Nikodemus het bloed in de kelk heeft opgevangen. De kelk waarin het bloed van Christus is opgevangen zou ook gebruikt zijn als drinkbeker tijdens het Laatste Avondmaal. De verschillende legendes bereikten een hoogtepunt in de middeleeuwen. Tussen 1190 en 1240 verschenen er veel romans, de zogenaamde Graalromans. |