Het vroege Christendom

Het Christendom zoals wij het nu kennen lijkt op geen enkele wijze op het Christendom van 2000 jaar geleden. Steeds meer aanwijzingen en bewijzen komen boven water dat het vroege Christendom zeer pluriform was en de denkrichtingen soms extreem van elkaar verschilden. Toch noemden ze zich allemaal Christen.

Hieronder zal ik zo kort mogelijk de ontwikkeling van het vroege Christendom beschrijven.

Allereerst moet een probleem worden aangekaard. Tussen de dood van Jezus en het verschijnen van het eerste evangelie ligt een gat van 40 jaar. In die 40 jaar werd door de volgelingen van Jezus vooral het geloof mondeling overgedragen. Pas na 40 jaar werden de overleveringen vastgelegd. Elk evangelie geeft een blik op de geschiedenis vanuit het oogpunt van de verteller. Uiteindelijk werden er 4 evangeliën en drieëntwintig andere teksten gecanoniseerd. ( opgenomen in het Heilige schrift) Dit canoniseren gebeurde pas in de zesde eeuw.

Terug naar de vroege Christenen. Er waren bijvoorbeeld:

1: Ebionieten. Christelijke Joden die dachten dat Jezus een man van vlees en bloed was die zo goed was dat God hem als zoon aannam. Hierdoor kreeg deze mens de status van zoon van God.

2: Gnostici. Zij zagen een versmelting tussen Christendom, Griekse en Egyptische mythologie. De Gnostici combineerde religie,wetenschap,filosofie, politiek, dichtkunst, Kosmologie en mystiek. De belangrijkste stroming binnen de Gnostiek waren de Katharen oftewel de Albigenzen.

3: Arianen. Deze stroming verwierp de gedachte dat de Vader en de Zoon  ( God en Jezus) gelijken waren. Er was maar 1 God en dat was niet Jezus. De oorsprong  van deze stroming ligt bij priester Arius  uit Alexandrië.

4: Paulinisten. De uiteindelijke overwinnaars en de voorlopers van het huidige Christendom.

5: Marcionieten. Zij waren anti-Joods en waren van mening dat de God in het Oude Testament niet de ware God was.

6: Manicheïsme. Een mix van Christendom en  Boedisme en kwam op in de derde eeuw. De belangrijke man aan wie de opkomst van deze stroming te danken was, was de Perzische prediker Mani. Het Manicheïsme werd in Europa bekend door de Kruisridders die op pad werden gestuurd deze ‘ketters’ uit te roeien. Mani zag hoe het Christendom verstarde en in wetten en dogma's gegoten werd; hij voelde zich daarom geroepen om een eigen christengemeenschap op te richten, gebaseerd op zuiverheid, rechtvaardigheid, mildheid en goedheid. Aanvankelijk kende deze christengemeenschap een grote bloei, tot ver buiten de grenzen van het Perzische rijk, mede door de toestemming van de toenmalige heerser Shapoer I. Na de dood van deze laatste voerde diens opvolger opnieuw de streng-orthodoxe kerkleer in, en Mani en zijn aanhangers werden vanaf dan vervolgd. Mani zelf stierf rond 276 de marteldood.

 

Tot het jaar 180 na Christus bestonden de bovenstaande stromingen naast elkaar en beten elkaar niet. Rond het jaar 180 was het voor het eerst dat bisschop Irenaeus ( Lyon) de andere stromingen begon te verwerpen. Vooral de Gnostiek was een doren in zijn oog. Zij werden als ketters gekwalificeerd. Hij schreef hiervoor het Adversus Haereses. Op zich veranderde er niet veel maar in de volgende eeuw werden de bewoordingen steeds feller. Kerkvader Tertulianus zette de aanval voort. Ook hij richtte zich op Gnostici en vrouwen. Een citaat..........."Het vonnis van God over uw sekse leeft nog in de tijd, dus moet ook de schuld voortleven. Jullie zijn de poort des duivels." vervolgens.......bij het ontstaan van de eerste vrouw was sprake van een onvolkomenheid omdat zij werd gevormd uit een gebogen rib van de man. De rib is in tegengestelde richting van de man. Omdat ze door dit gebrek een onvolmaakt dier is, neigt ze voortdurend tot bedrog." Zo ging het nog even door. Vooral veel geschreeuw. Dat veranderde in het jaar 325.

Het Concilie van Nicae (thans Iznik Turkije)

In het jaar 325 (19 juni)  na Christus kwam door toedoen van de grote Constantijn het Concilie bijeen ( Katholieke kerkleiding) om te onderzoeken of er een gemeenschappelijk standpunt kon worden ingenomen over de "status" van Jezus Christus. In die tijd waren er nog steeds verschillende  geaccepteerde stromingen. Jezus was Goddelijk en Jezus was een mens. Constantijn wilde binnen zijn rijk slechts 1 godsdienst. De reden laat zich raden. Het is eenvoudiger 1 godsdienst onder controle te houden dan 4!! De Arianen waren in die tijd veruit de grootste en belangrijkste beweging. In een stemming binnen de vergadering ( Concilie) werd met 297 stemmen tegen 3 besloten dat Jezus Goddelijk was.  De meerderheid van de bisschoppen opteerde voor de bevestiging van het dogma in de traditionele zin (Christus is de zoon van God). Constantijn zorgde er dan voor dat de 'arianen', een minderheid binnen de Bisschops-groep, werden verbannen. Een klein stukje vertaald: En zij die echter zeggen "dat er ooit was dat Hij er niet was" en "dat alvorens Hij geboren was, Hij er niet was" en "dat Hij uit niet iets dat bestaat is voortgekomen (in de Latijnse tekst: "wat de Grieken exuconton noemen"), noch uit een andere hypostase of wezen, zeggende dat de zoon van God wisselvallig en veranderlijk is", deze excommuniceert de katholieke en apostolische kerk. Het ware geloof werd dan samengevat in het fameuze 'Symbolum van Nicea', het 'Credo', zoals dat in een catechismus terug te vinden is. De geloofsbelijdenis die in Niceau werd opgesteld is nog steeds in gebruik in de Christelijke kerken en wordt in iedere dienst uitgesproken. Het Goddelijk verklaren van Jezus was eigenlijk niet eens de belangrijkste reden dat het Concilie bij elkaar kwam. De vergadering was feitelijk bijeen geroepen om vast te stellen of Vader en Zoon gelijkwaardig waren. De uitkomst van het Concilie was in ieder geval dat de drie hoofdstromingen ( die toen nog  werden geaccepteerd) waren teruggebracht tot één standaard-geloofsovertuiging. Het is belangrijk te realiseren dat er tijdens het Concilie in het jaar 325 een besluit werd genomen over iets dat 300 jaar eerder zich had afgespeeld. Zoiets als dat wij nu zouden discussiëren over iets dat in het jaar 1700 al dan niet is gebeurt. Belangrijk is te vermelden dat de kerk nu letterlijk en figuurlijk een wapen in handen had om hun geloof met harde hand op te leggen en de ketters met wortel en tak uit te roeien. Dat wapen was natuurlijk Constantijn.  Diezelfde Constantijn zei dat hij Christen was geworden. Hij liet zich echter pas op zijn sterfbed tot Christen dopen. Historici zijn van mening dat zijn bekering tot het Christendom vooral door politieke doeleinden was ingegeven. Tijdens zijn leven was hij een fanatiek aanbidder van Isis. Na terugkeer van het concilie liet Constantijn zijn vrouw en zoon vermoorden.

Zodra Constantijn zich bekeerde tot het orthodoxe Christendom en de staat macht heeft, gaat de Christelijke staat daadwerkelijk invloed uitoefenen op het Christendom. Tegen het einde van de 4e eeuw zijn er dan ook vele wetten tegen ketters. Het rijk van Constantijn was in den beginne antichristelijk. Het werd Christelijk en ging zelfs een stap verder. Het bepaalde hoe het Christendom er uit zou gaan zien.

De ketters en met name de Gnostici werden op een onvoorstelbaar grondige manier uit de geschiedenis verwijderd. Er is vrijwel niets meer te vinden uit de beginjaren van het Christendom. Wat er nog wel is te vinden zijn wonderlijk genoeg de denunciaties en fragmenten die bewaard zijn gebleven in de verhandelingen van de kerkvaders over ketterij. Althans zo leek het tot ergens midden 20e eeuw.                                                                                                                                                                                              Het hele Concilie van Nicea is goed gedocumenteerd. Type op Internet in Council+Nicea en je krijgt een enorme rij verwijzingen, inclusief naar de Rooms Katholieke bibliotheek.

Samenstelling van de Bijbel.

De belangrijkste redacteuren van de Bijbel waren Eusebius en Athanasius. Aan het begin van de 4e eeuw stelde zij uit legenden en zijn eigen fantasie de "enige en ware" geschiedenis van Christendom samen. De Historia Ecclesiastica.  De geschiedenis die hierna werd geschreven werden hoe dan ook gedwongen de twijfelachtige Eusebius als uitgangspunt en basis te hanteren. Iedereen met een andere opvatting werd verketterd. Ketterse geschriften moesten worden vernietigd. Op die manier werd de overtuiging en het werk van Eusebius aan de volgende generaties doorgegeven en gezien als ware feiten. Deze feiten zijn nog steeds de basis van onze bijbel.

De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars. Het voortbrengen van een geschikte geschiedenis heeft altijd deel uitgemaakt van het arsenaal van de politieke manipulatie. 

De bijbel is niet één werk, maar bestaat uit diverse boeken die op verschillende plaatsen en in verschillende tijden tot stand zijn gekomen. Later heeft men deze boeken 'gebundeld' en er goddelijk gezag aan toegekend. Dit goddelijk gezag noemt men ook wel canon (= richtsnoer). Binnen de christelijke wereld is er echter geen eenduidige opvatting over welke boeken wel en welke niet tot de canon van de bijbel behoren. Dit vindt zijn oorsprong in wat de joden tijdens de eeuwen rond het begin van de christelijke jaartelling als gezaghebbende boeken beschouwden. In de Griekse vertaling van de joodse bijbel (de Septuaginta) die omstreeks 150 v. Chr. verscheen staan meer boeken dan in de canon, zoals die later - omstreeks 100 n. Chr. - door de rabbijnen van Jamnia werd vastgesteld. De rabbijnen van Jamnia stelden als regel dat boeken over een Hebreeuwse (originele) vertaling moesten beschikken om deel te kunnen uitmaken van de canon. Tien boeken uit de Septuaginta voldeden hier niet aan. Aanvankelijk volgden de christenen de Septuagint als gezaghebbende bundel. Pas na de reformatie werd door nieuwe groeperingen de canon van Jamnia gevolgd, waardoor veel kerken van de reformatie tien Bijbelboeken niet als gezaghebbend zijn gaan beschouwen. Deze boeken noemt men deuteroncanonieke boeken. Bij deze begripsverschillen van de canon gaat het overigens altijd over het Oude Testament. Wat betreft de canon van het Nieuwe Testament bestaat binnen de christelijke kerken geen verschil van mening. Deze canon kreeg een officieel karakter in de Paasbrief van de Alexandrijnse bisschop Athanasius in 367, waarin deze de 27 boeken van het Nieuwe Testament als gezaghebbend voor de christelijke kerk aanmerkte. Latere concilies hebben dit steeds bevestigd.

De boeken die uiteindelijk niet tot de canon gerekend worden staan bekend als apocrief

Wordt binnenkort vervolgd....

Tekstvak: Terug naar beginpagina
Tekstvak: Terug naar Linkpagina