De Ark des Verbonds

Zoals ik al eerder aanhaalde duikt steeds weer een verwijzing op naar de Ark van het Verbond. Wat is die Ark eigenlijk ? Ik realiseer mij dat ik hier op een kruispunt zit van de zoektocht. De Heilige Graal oftewel de bloedlijn van Christus lijkt over te gaan in een zoektocht naar de Ark van het Verbond. Zeker na het lezen van het boek De Heilige Graal & de Ark van het Verbond  ( Klaas van Urk) ontkom ik er niet aan om uitvoerig stil te gaan staan bij de geheimzinnige Ark.

Wat is er bekend over de Ark van het Verbond ?

· De Ark is waarschijnlijk het bekendst en het minst bekende voorwerp uit de Bijbelse geschiedenis.

· De Ark werd gebouwd om de stenen tafels in te bewaren waar God de Tien geboden op had geschreven

· De Ark werd op bevel van Mozes bij Sinai vervaardigd ( Exodus 25:10 tot en met 22 en 37:1 tot en met 9)     en moet voldoen aan zeer specifieke eisen.  "Zij moeten de Ark van Acaciahout maken, twee en een halve el lang, anderhalve el breed en anderhalve hoog. Als je nu de lengte deelt door de breedte of de lengte deelt door de hoogte, dan krijg je 2,5/1,5 = 1,666. Dat getal ligt wel heel dicht bij 1,618. De Gulde Snede.

· De Ark is bekend onder een aantal verschillende namen zoals: De Ark van Jahwe, De Ark van God, De Ark van het Verbond, De Ark van de Verbondsakte.

· De Ark is bedekt met goud en twee cherubijnen ( engelen) met gouden vleugels

· Iedereen die de Ark te dicht naderde werd gedood. ( Samuel 6:19)

· De Ark zou immense krachten herbergen die ieder leger onoverwinnelijk maakt. De bijbel beschrijft hoe de Ark met fel brandend vuur en licht kankerachtige tumors en ernstige brandwonden aan de vijanden van Israël toebracht en hele steden verwoestte. Het was het Bijbels equivalent van de atoombom. Was dit misschien ook de reden dat Adolf Hitler uiterst serieuze pogingen heeft gedaan om de Ark te vinden?

Waar is de Ark des Verbonds gebleven.? Er zijn veel theorieën. De meest hardnekkige en inmiddels ook de meest onderzochte is Ethiopië ! Niet direct de eerste locatie waar je aan zou denken. Juist daarom erg interessant.

De Ethiopische kerk beweert de Ark al heel lang in haar bezit te hebben. Bij de vertaling van de Ethiopische "Kebra Negest" het befaamde boek der "Heerlijkheid der Koningen" staat een uitvoerig verslag over de Ark. Het voorwerp zou door Baina Lehkem, ( ook wel Ibna Hakim), zoon van koning Salomo en de koningin van Sheba, rond 1000 vC uit Jeruzalem zijn meegesmokkeld. Behalve het bezoek van de koningin van Sheba aan Salomo, verteld de Bijbel echter niets over een gebeurtenis zoals in de Kebra Negest is opgetekend. Het is niet meer precies na te gaan wanneer de Kebra Negest is ontstaan, maar men vermoedt dat de oudste versie moet dateren uit omstreeks 850 vC.

Al meteen in het begin van de Kebra Negest wordt de bouw van de Ark beschreven. De beschrijving van de Kebra Negest komt vrijwel geheel overeen met die in de Bijbel. Ook wordt er melding gemaakt van het bezoek van de Ethiopische koningin Makeda ( koningin van Sheba) aan Salomo. Zij had van een koopman gehoord dat de Israëlische koning Salomo een zeer knappe man was die over een prachtig rijk regeerde. De koningin hoorde ook over de God van Israël en over de mysterieuze Ark die God aan het uittrekkende volk had gegeven. Naar aanleiding van deze verhalen besloot zij Salomo te bezoeken.

II Kronieken 9:1-12 De koningin van Sheba had de roep omtrent Salomo vernomen. Toen kwam zij te Jeruzalem om Salomo door raadselen op de proef te stellen, met een zeer groot gevolg en met kamelen, die specerijen, goud in overvloed en edelgesteente droegen. Nadat zij bij Salomo gekomen was, sprak zij met hem over alles wat zij op haar hart had….. Koning Salomo gaf aan de koningin van Sheba al wat zij begeerde en vroeg, meer dan zij de koning gebracht had. Daarop keerde zij met haar dienaren terug naar haar land.

De Kebra Negest vertelt dat de koningin negen maanden en vijf dagen na haar thuiskomst een zoon ter wereld bracht die zij Baina Lehkem noemde. Als deze jongen 22 jaar oud is reist hij met een groot gevolg naar Jeruzalem om daar zijn beroemde vader te bezoeken. Kebra Negest 32 En hij, de zoon Baina Lehkem, was knap. Zijn hele bouw, zijn lichaam en de houding van zijn nek geleken op die van koning Salomo.

Koning Salomo was bijzonder blij met het bezoek van zoonlief en overlaadde hem met vorstelijke geschenken. Maar de zoon was eigenlijk alleen maar geïnteresseerd in de Ark omdat hij van zijn moeder had gehoord dat de Almachtige God van de Israëlieten zich daarin bevond. Hij gaf aan zijn vader de wens te kennen de Ark te willen meenemen naar zijn moeder, zodat zij door de Almachtige God zou worden beschermd. Salomo was door dit verzoek behoorlijk van zijn stuk gebracht want uiteindelijk was de Ark een onschatbaar heilig relikwie, wat van Mozes afkomstig was en bij hem in een speciale binnenkamer van de tempel werd bewaard, waar slechts uitverkoren priesters toegang hadden. Na lang aandringen kreeg zoonlief uiteindelijk toch zijn zin onder de voorwaarde dat het vervoer in het diepste geheim moest plaatsvinden en dat dit zonder zijn officiële medeweten diende te gebeuren. Tevens kreeg Baina Lehkem de opdracht voor een perfecte replica te zorgen en deze op de plaats van de originele Ark neer te zetten. Alles diende in het diepste geheim te gebeuren zodat noch de priesters uit de tempel, noch de gewone bevolking ook maar iets van de verwisseling zou merken. En zo gebeurde het volgens de Kebra Negest.

De Ark werd ’s nachts uit de tempel gehaald en met oude lappen bedekt naar het kamp van de Ethiopiërs buiten Jeruzalem gebracht. Een week later braken de Ethiopiërs op en vertrokken naar huis en niemand in Jeruzalem had tot dat moment gemerkt wat er in de tempelkamer met de Ark was gebeurd.

Kebra Negest 50 Ze namen nu afscheid en trokken heen. Tevoren hadden ze Zion (de Ark) ’s nachts op een wagen geladen samen met waardeloze dingen en onreine klederen en allerlei gerei. De oudsten stonden op en bliezen de bazuin en de jeugd hief gejuich aan…..  Hoe sterk de Ethiopiërs geloven dat hun Koningshuis afstamt van Salomo wordt duidelijk in artikel 2 van hun grondwet (1955 geschreven) 

De Koninklijke waardigheid zal voor alle eeuwigheden afstammen van dezelfde geslachtslijn als die zonder onderbreking van de dynastie van "Koning Menelik de Eerste" de zoon van de koningin van Saba ( Sheba) en koning Salomo van Jeruzalem afkomstig is.

Axum (Aksoem) is een belangwekkende religieuze stad voor de Ethiopische kerk omdat hier volgens de overlevering uiteindelijk de Ark van het Verbond is terechtgekomen. Hoewel niemand hem mag zien is de aanwezigheid voor velen voelbaar, zeker in de omgeving van de kleine kerk ( de Heilige Maria van Zion-kerk) waarin hij zich zou bevinden. Alleen de wachter, aangesteld voor ’t leven, heeft toegang tot de kerk. Vreemd is dat op de vraag waar de Ark zou zijn, steevast een ontwijkend dan wel een ander nietszeggend antwoord wordt gegeven! Op onderstaande foto is overduidelijk het teken van de Tempeliers te zien. Uitgehouwen uit een rots waar volgens de Ethiopiërs zich de Ark bevindt. Huh ? Tempeliers in Ethiopië ?

De 20.000 overige kerken van dit land hebben een replica van de Ark in een ruimte die bekend staat als het Heiligste der Heiligheden. Een kerk die zo'n replica niet heeft, wordt als niet gewijd beschouwd.

Het gerucht gaat dat ‘de Ark’ zich niet meer in Axum bevindt maar dat zij tijdens de Italiaans-Abessijnse oorlog van 1935-1936, door de Italianen is geroofd en naar Rome is meegenomen alwaar zij zich zou bevinden in één van de geheime kelders van het Vaticaan. Niemand schijnt de waarheid van dit gerucht te kunnen bevestigen en woordvoerders van het Vaticaan hebben zich nooit geroepen gevoeld om vragen hieromtrent te beantwoorden. In het jaar  1188 verscheen van een relatief onbekende schrijver het boek " Perceval le Gallois ou le conte du Graal." De schrijver, Chrétien de Troyes introduceerde hiermee voor het eerst een op schrift relaas van de Graal. In het boek schrijft Troyes over de graal zoals wij traditioneel altijd over het voorwerp zijn blijven denken. Toch ontkom je er bijna niet aan om de verborgen krachten van de Graal te vergelijken met die van de Ark des Verbonds.  De schrijver leefde aan het hof van de aan de tempeliers verwante graven van Champagne in Troyes. Zijn verhaal handelde over een ridder, Perceval, die op een nacht tijdens een bezoek aan een burcht een geheimzinnig object, de graal, te zien kreeg. In het boek werd de graal nog niet geassocieerd met Jezus. Dat gebeurde enkele jaren later, toen de Bourgondische dichter Robert de Boron zijn Roman de l'Estoire de Graal afrondde. Boron stelde dat zijn kennis over de graal afkomstig was uit een geheim oud boek. Hij omschreef de graal als een schaal die bij het laatste avondmaal werd gebruikt, om daarna in handen van Jozef van Arimatea te belanden, op wiens landgoed het avondmaal zich afspeelde. Jozef zou met de schaal het bloed van Jezus hebben opgevangen, dat na de dood van Jezus naar Engeland zou zijn overgebracht.
Bijna gelijktijdig met Borons boek verscheen een anoniem werk,
Perlesvaus genaamd, waarvan de experts aannemen dat het uit de rijen der tempeliers afkomstig was. Daarin werd voor het eerst een connectie gelegd tussen de graal en de tempeliers, terwijl de graal hier eerder als een bewustzijnstoestand dan als een object werd gekenmerkt. Parsifal wordt in dit boek tijdens zijn omzwervingen op een burcht ontvangen, waar een bijeenkomst van Ingewijden plaatsvindt. Hij wordt door twee 'Meesters' ontvangen, waarna 33 ridders verschijnen, van wie de beschrijvingen geheel stroken met het bekende beeld der tempeliers. 'Ze waren in witte gewaden gekleed. Allen droegen een rood kruis op de borst, en het leek dat ze allemaal even belangrijk waren.'
Het belangrijkste graalboek werd echter geschreven door
Wolfram von Eschenbach, wiens Parzifal - tussen 1197 en 1210 ontstaan - nog altijd als een monument van de middel-hoog-Duitse letterkunde geldt. De Beierse ridder vertelde dat hij al zijn informatie over de graal betrokken had van een geleerde genaamd Meester Kyot de Provence, die in Toledo een oud Arabisch handschrift over het wezen van de graal zou hebben ingezien. Volgens de overlevering stuitte Kyot in Toledo, toen een vermaard centrum voor de studie van zowel joodse als Arabische mystiek, op een tekst met een verwijzing naar het bestaan van de graal. Een wetenschapper genaamd Flegetanis, een joodse geleerde die van koning Salomon zou afstammen, zou in visioenen en astrologische vorsingen gecombineerd hebben en zo achter het bestaan van de graal zijn gekomen. Kyot ging vervolgens op zoek naar verdere sporen van de graal. Sommige Parzifal-exegeten menen dat hij in het Franse Anjou het definitieve, maar niet nader genoemde bewijs vond. Ook Anjou was een centrum der tempeliers. Graaf Fulk van Anjou zou het zelfs tot koning van Jeruzalem schoppen. Von Eschenbach liet in zijn boek veel ruimte voor magie uit de kabbalistische keuken en toespelingen op een geheim geslacht van heersers. Ook is zijn dichtwerk vergeven van de verwijzingen naar de tempeliers, die in hun burcht Munsalvaesche, volgens Von Eschenbach in de Pyreneeën gelegen, onder meer zouden beschikken over de steen der wijzen, die gelijk zou zijn aan de graal. Von Eschenbach omschreef vervolgens de graal als een soort heilige steen:
'Hoort wat de strijdende ridderschap voeding verschaft: Zij leven van een steen/ Die edel in zijn soort moet zijn./ Is hij nog onbekend,/ Zijn naam wordt u hier genoemd:/ Hij heet lapis exilis./ Door zijn kracht verbrandt de foenix,/ Zodat hij tot as wordt/ En dan verjongd uit de gloed ontzweeft/ De foenix schudt zijn veren/ En verkrijgt opnieuw een lichte glans,/ Zodat hij schoner wordt dan ooit./ Al heeft een mens nog zoveel pijn,/ Hij zal niet sterven op dezelfde dag/ Waarop hij de steen aanschouwen mag/ En ook
de volgende week niet/ Ook zijn aanzicht zal niet worden ontsierd:/ De kleur blijft helder en zuiver/ Als hij dagelijks de steen aanschouwt,/ Zoals hij in zijn beste tijd/ Eens was, als jongeling of meisje/ Zag hij de steen tweehonderd jaar,/ vergrijzen zou hem niet zijn haar./ Zo'n kracht geeft aan de mens de steen,/ Dat zijn vlees en gebeente/ Op slag verjongen/ Deze steen wordt graal genoemd.'
De overleveringen rond de graal zoals die in de twaalfde eeuw ontstonden, moeten vooral in het teken worden gezien van het niet-katholieke christendom zoals dat vooral in de Languedoc in
die tijd stevig had postgevat. Het gebied dat de paus altijd al een doorn in het oog was geweest, vanwege de afwijkende gebruiken aldaar op het gebied van religie, was uitgegroeid tot een zeer rijke regio, alwaar de religieuze tradities van het arianisme, het manicheïsme en de gnosis waren versmolten tot een alternatief christendom, dat wellicht veel dichter bij de bron van het originele geloof stond dan de met allerlei verdichtsels en hevige censuur bij elkaar gehouden leer van Rome. De aanhangers van deze stroming werden aangeduid als de Katharen - waaraan later het Nederlandse begrip 'ketter' zou worden ontleend. Van de dogma's van de Kerk trokken zij zich weinig aan. Hun godsbegrip stond los van de instituties en ging ervan uit dat ieder mens een god in zijn gedachten was, als iemand zich tenminste kon ontworstelen aan de greep van het materiële. Bij de Katharen vervulden ook vrouwen belangrijke functies als priesteressen.
Gaandeweg ontstond er tussen de Katharen en de tempelridders een steeds steviger band. Uiteindelijk waren zij zielsverwanten in hun ideeën en hun praktijken, die wellicht nog het beste kunnen worden verklaard aan de hand van de contacten met de Arabische wereld. De vierde grootmeester van de
Tempelorde was zelfs een Kathaar: Bertrand de Blanchefort, grootmeester van 1153 tot 1170. Hij zorgde voor een enorme machtsexpansie van de tempeliers, waarbij de Languedoc nadrukkelijk als een van de hoofdkwartieren van de orde fungeerde. Het gebied van de Katharen werd nog belangrijker voor de orde toen grootmeester Gerard van Ridefort in 1187 met een serie van verschrikkelijke blunders de tempeliers naar een catastrofale nederlaag in het Heilige Land leidde. Daarbij ging Jeruzalem voor de orde verloren. De tempeliers moesten uitwijken naar Cyprus, alwaar het nieuwe hoofdkwartier werd gevestigd. De nederlaag tegen de Saracenen bracht de orde een zware klap toe. Alleen in Akko hielden zij nog stand: dat was nog hun enige voet aan de grond in het Heilige Land.
 

Allemaal leuk, maar waar is de Ark nu ?  Niemand die het weet. Er zijn 'wetenschappers' geweest die beweerden dat zij de Ark gevonden hadden in een grot in Jordanie. Zij hebben echter nooit iets kunnen tonen. De apocalyptische gelovigen maken zich niet veel zorgen om de verblijfplaats van de Ark des Verbonds. Zij geloven namelijk dat, zoals beschreven in het Nieuwe Testament, de wereld de Ark nog eenmaal zal aanschouwen. In Openbaringen 11:19 staat dat na het zevende trompetgeschal Gods tempel in de hemel zich zal openen de Ark des Verbonds zichtbaar wordt. De aarde zal worden getroffen door bliksem, donder, aardbevingen en een zware hagelstorm. Telkens duikt de kracht van de Ark weer op. Wat mij opviel was de verwijzing naar lichtflitsen en bliksem. Ook op de tekeningen staat vaak de Ark afgebeeld met daarbij een helder licht. Zou hier een natuurkundige verklaring voor kunnen zijn ? Volgens de geschiedenisboeken waren het de Europeanen die in de 16e en 17e eeuw enig begrip begonnen te ontwikkelen over elektriciteit. De eerste echte batterij werd uitgevonden door Alessandro Volta in het jaar 1800. Toch ziet men hiermee een belangrijke archeologische vondst over het hoofd die werd gedaan rond 1930 nabij Bagdad. Het is bekend onder de Bagdad Batterij. De batterij is gedateerd op ongeveer 200 jaar voor Christus ! Het is een fles gevuld met een zuur ( gegist fruitsap) waarmee 1,5 tot 2 volt kon worden gegenereerd. Was er dus elektriciteit in de oudheid. Was de Ark een voorbeeld van deze technologie ? Is deze technologie verloren gegaan in de loop der eeuwen ? Helaas kunnen wij tot op heden hierover alleen maar speculeren.

Tekstvak: Terug naar beginpagina
Tekstvak: Terug naar linkpagina